De rookmagiër en andere bijnamen
Veel voetballers hebben een of meer bijnamen, dat is al zo sinds er wordt gevoetbald. In Nederland had je bijvoorbeeld de legendarische Johannes Marius de Korver die Sparta in 1909, 1911, 1912, 1913 en 1915 naar het landskampioenschap leidde. Zijn voornaam Jo werd alleen in familiekring gebruikt, voor de rest van Nederland was hij Bok. Hoe hij aan die bijnaam kwam is niet bekend. Mogelijk had het met zijn onverzettelijkheid en zijn kopvaardigheid te maken. Maar zeker weten doet niemand dat, ook De Korver zelf had geen idee. Bij de meeste bijnamen is de ware aard vaak wel duidelijk.
De bekendste bereidingswijze voor een bijnaam is ook in het voetbal de naamsvervorming. Lekker makkelijk, voor- of achternaam aanpassen en klaar is Kees. Zo hadden we bij HSC’21 een Els, een Giel en een Steg. En zo heb je bij Oranje onder meer Ibi, Rafi en Wes als opvolgers van De Breuk, Schippie en Vaantje. Ook Bolo speelde de nodige keren voor het Nederlands elftal. Boudewijn Zenden draagt die naam Bolo al vele jaren in het buitenland. Zijn broertje bedacht de kleine naamscorrectie ooit toen bleek dat het voor een buitenlander onmogelijk is om Boudewijn uit te spreken.
Kennen ze in het buitenland ook, naamvervormingen. Zo hadden we Jipépé (Jean-Pierre Papin), Kalle (Karl-Heinz Rummenige), Klinsi (Jürgen Klinsmann), Raimundo (Raymond Goethals), Sukerman (Davor Suker), Toto (Salvatore Schillaci), Zibi (Zbigniew Boniek) en Zizou (Zinédine Zidane). George Best dat was The Best.
Nu hebben we Carlitos (Carlos Tévez), Pippo (Filippo Inzaghi), Ready Teady (Teddy Sheringham), Romy (Juan Román Riquelme), Schweini (Bastian Schweinsteiger) en Titi (Thierry Henry). Angelos Charisteas, die werd door de aanhang van Feyenoord Harry genoemd. Ricardo Izecson dos Santos Leite is bekend als Kaká. Zijn broertje had moeite met het uitspreken van Ricardo en hield het op Caca, wat Kaká werd. Een naam die in de voetbalwereld klinkt als een klok, maar dus slechts bij toeval is ontstaan.
In sommige gevallen heeft de vervorming van een naam wel wat meer betekenis. Zo is Klaas-Jan Huntelaar The Hunter die op doelpunten jaagt en is in Hugol (Hugo Sanchez) en Batigol (Gabriel Batistuta) het Spaanse woord voor goal verwerkt om hun doeltreffendheid te typeren. Toni Polster werd Goalster genoemd. Hij scoorde dan ook de meeste doelpunten ooit voor de Oostenrijkse nationale ploeg.
En dan zijn er nog de naamrijmpjes: De Sliert van de Vliert, John Dahl op de Paal, Van the Man en Dennis the Menace bijvoorbeeld, oftewel Jan van Grinsven, John Dahl Tomasson, Ruud van Nistelrooy en Dennis Bergkamp. Non-Flying Dutchman, zo werd Bergkamp vanwege zijn vliegangst ook wel genoemd. In het veld was hij wel koelbloedig, zo koelbloedig zelfs dat hij tijdens zijn periode bij Arsenal ook de bijnaam The Iceman kreeg. Om diezelfde reden heet Edwin van der Sar wel Het IJskonijn.
Komt veel voor in het voetbal, bijnamen die verwijzen naar een dier. Zo werd Frank Rijkaard De Lama genoemd nadat hij op het WK van 1990 in Italië de Duitser Rudi Völler had bespuugd. Eddie Treijtel schoot ooit met een hoge uittrap een meeuw uit de lucht en heette vanaf dat moment dan ook De Meeuw. Meestal berust de verwijzing naar een dier echter op het uiterlijk, een karaktertrek of een behendigheid van een voetballer Zo hield Jackie Charlton aan zijn lange nek de bijnaam De Giraf over, was Eric Gerets heldhaftig als een leeuw en kon Rob Rensenbrink passeren als een slangenmens.
Nog meer dieren? Jazeker, zo’n beetje het hele dierenrijk is vertegenwoordigd: El Buitre (De Gier, Emilio Butragueño, en Jack de Gier zelf ook trouwens), El Conejito (Het Konijntje, Javier Saviola), The Donkey (De Ezel, Tony Adams), La Foquita (Het Zeehondje, Jefferson Farfán), La Gacela Negra (De Zwarte Gazelle, Faustino Asprilla), Goudhaantje (Johnny Rep), Ed Konijn (Ed de Goeij), De Kraanvogel (Nwankwo Kanu) en Tino de Inktvis (opnieuw Asprilla). De merkwaardige Mexicaanse doelman Jorge Campos kreeg de bijnaam El Condor, een van de grootste vliegende roofvogels ter wereld. Keeper Piet Schrijvers moest het bij Ajax doen met De Beer van de Meer. Bij PEC Zwolle werd hij De Bolle van Zwolle en bij TOP Oss De Kolos van Oss. De Bolle van Zwolle, dat werd later het Lek van PEC en de Kolos van Oss werd de Flop van TOP. Maar dat had allemaal dan weer niets met dieren te maken.
The Mighty Mouse (De Machtige Muis, Kevin Keegan) en Il Monstro (Het Monster, Christian Vieri) hebben dat wel. Net als De Zwarte Octopus en De Zwarte Spin (Lev Yashin), De Zwarte Panter (Frans de Munck), De Pitbull en De Piranha (Edgar Davids), El Pulga (De Vlo, Lionel Messi), De Spin (Dino Zoff) en De Stier van de Bosporus (Hakan Şükür). Reinier Kreijermaat, die in ‘61, ’62 en ’65 kampioen werd met Feyenoord, werd vanwege zijn uiterlijk en zijn bikkelende manier van voetballen Beertje genoemd. Das Ungeheuer (ook Het Monster), dat was Horst Hrubesch, voormalig spits van onder meer Hamburger SV.
Dribbelgenie Manuel 'Mané' Francisco dos Santos kreeg de bijnaam Garrincha van zijn zusje. Als klein jongetje vulde Mané zijn dagen namelijk door blootvoets met een voddenbal allerlei trucjes uit te proberen én met het kaalplukken van vogeltjes, in het bijzonder de garrincha, een winterkoninkje.
Bekend is ook de bijnaam Sneeuwvlokje die Ronald Koeman toebedeeld kreeg tijdens zijn periode bij Barcelona. Daar viel hij als blonde Nederlander natuurlijk op. De naam Sneeuwvlokje dankt hij aan de wereldberoemde, inmiddels overleden albinogorilla in de dierentuin van Barcelona.
Heel vaak is een bijnaam die het uiterlijk betreft wat minder vergezocht. De Kleine, De Lange, De Dikke, De Dunne, De Schele, De Slome en natuurlijk De Kromme. Jhon van de Burgerking, de bijnaam van Jhon van Beukering, ligt ook voor hand. Net als zijn andere bijnaam Beukie. Wat spitsvondiger is die van Winston Bogarde. Vanwege zijn glimmende kettingen werd zijn bijnaam De Goudsmid. Of Lex Goudsmit, de Nederlandse toneelspeler. Simpelweg Lex, nog mooier. Stuk beter ook dan zijn andere bijnaam The Boogie Man. Toen Diego Maradona nog slank was kreeg hij de bijnaam Pluisje, maar dat ging later niet meer op.
Ruud Gullit staat in Italië nog altijd bekend als Il Tulipano Nero (De Zwarte Tulp). Ook de bijnamen van de grijze Fabrizio Ravanelli (Penna Bianca, Witte Veder) en Roberto Baggio (Il Divin Codino, De Goddelijke Paardenstaart) slaan op hun haar. Vanwege zijn strak naar achter gekamde kapsel noemden ze FC Twente-speler Evert Bleuming altijd Kammetje. Nauwelijks nog haar had Bertus de Harder op een gegeven moment. De balgoochelaar, die zich lang geleden bij het Haagse VUC ontpopte tot een snelle rechtsbuiten met onnavolgbare passeerbewegingen, kreeg de bijnaam De Goddelijke Kale.
De Noorse supersub Ole Gunnar Solskjær staat bekend als The Baby Face Assassin, oftewel De sluipmoordenaar met het babygezichtje. De lange en roodharige John van Loen stond in Utrecht dan weer simpelweg geboekstaafd als De Vuurtoren. De stijlvolle Sergio Romero, de Argentijnse keeper van AZ, dankt zijn fraaie bijnaam De Vogelverschrikker van de Pampa’s aan zijn nogal ruim zittende keepersoutfit.
En er is nog meer: De Vlaamse Reus, dat was Jan Ceulemans, ook wel Sterke Jan. Álvaro El Chino (De Chinees), dat is Álvaro Recoba. En Romário de Souza Faria is bekend als Baixinho, dat Kleintje betekent. Juan Sebastián Verón noemen ze vanwege zijn haakneus La Brujita (De Kleine Heks).
Behalve dieren, worden ook voorwerpen vaak in verband gebracht met een voetballer. Zo zijn Het Scheermes (Pablo Camacho) en De Spijker (Adri van Tiggelen) ‘eretitels’ voor bikkelharde verdedigers. De Uruguayaanse verdediger Paolo Montero heeft de twijfelachtige eer verdiend de meest uit het veld gestuurde speler te zijn van de Serie A. Het leverde hem de bijnaam De Bijl uit Montevideo op. Veel minder hard was het brein van The Beautiful Team dat in 1970 de wereldtitel veroverde met oogstrelend voetbal. Dat brein was de geniale Eduardo Gonçalves de Andrade, die werd vernoemd naar een munt; Tostão.
Nog meer voorwerpen. De Naaimachine voor ‘matennaaiende’ voetballers. Lothar Matthäus was er bijvoorbeeld zo een. De pijlsnelle Alfredo Di Stefano werd De Blonde Pijl genoemd. Levensgenieter Willy Brokamp kreeg die bijnaam ook toen hij furore maakte bij MVV in Maastricht. Dan hebben we nog De Rots. Bijnaam van onder meer de voormalige Franse verdediger Marcel Desailly en van Jaap Stam, De Rots uit Kampen. Onverzettelijk zou je ze kunnen noemen, zoals Michel Steggink dat was bij HSC’21. Jordi Holtkamp nu vaak ook. De Stofzuiger, dat zijn zij die op het middenveld het zogenaamde vuile werk opknappen. Willy van de Kerkhof was de eerste die zo werd genoemd.
Het Kanon, komt heel veel voor. Voor spelers met een hard schot in de benen, dat moge duidelijk zijn. Oud-PSV’er Coen Dillen was er zo een. Met 43 doelpunten in één seizoen is hij nog steeds recordhouder van de Eredivisie. Een ander Kanon was Ronald Koeman, zijn schot mocht er ook zijn. En wat te denken van Éder Aleixo de Assis, simpelweg Éder, linksbuiten van Brazilië tijdens het WK van 1982 en gezegend met een geweldige trap.
De Israëliër Ronny Rosenthal werd om zijn harde schot Rocket Ronny (Ronny De Raket) genoemd en El Rifle (Het Geweer), dat is de Uruguayaan Walter Pandiani. De bijnaam De Tank van Theo Laseroms verwijst dan weer meer naar zijn robuustheid.
Dan zijn er de vergelijkingen met beroepen: De Architect (Michel Platini), Der Bomber (De Kanonnier, Gerd Müller) en The Butcher (De Slager, Marco Materazzi), om er maar eens een paar te nomen. Profvoetballer Graeme Rutjes werd professor en dat werd dan ook zijn voetbalbijnaam. Julio Ricardo Cruz maaide als jeugdspeler het gras en heet daarom El Jardinero (De Tuinman). De Slager van Bilbao (Andoni Goicoechea) hadden we ook nog trouwens. En er zijn vast nog meer slagers te bedenken.
Stripfiguren, tekenfilmpersoonlijkheden en karikaturen, die zijn er ook. Bam Bam, naar Bamm-Bamm Rubble uit The Flintstones (Ivan Zamorano), Charley Chaplin (Wageninger Anton ‘Charley’ van de Weerd en ook Garrincha), Lucky Luc (Luc Nilis), Miep Miep, naar Road Runner (Marc Overmars), Speedy, naar Speedy Gonzalez (Danny Boffin), Schnabbel en Babbel (Ruud Krol en Wim Suurbier) en Snuf en Snuifje (de Argentijnen Maradona en Caniggia). Bij HSC’21 hadden we Asterix en Obelix, het spitsenduo Dennis Sepp en Erwin Looms.
Een stapje verder gaat de vergelijking met koninklijke of adellijke personen. Denk aan Don Alfredo (Alfredo di Stefano), El Gran Capitán (De Grote Kapitein, Daniel Passarella), De Kleine Generaal (Wilfried Van Moer), Der Kaiser (De Keizer, Franz Beckenbauer), De Keizer van Kameroen (Roger Milla), De Galopperende Majoor (Ferenc Puskás), Het Orakel van Betondorp (Johan Cruijff), Le Président (Laurent Blanc) en El Principe (De Prins, Enzo Francescoli, en ook Giuseppe Giannini).
En dan de koningen nog: King Kalu (de Zambiaan Kalusha Bwalya), King Kenny (Kenny Dalglish), King Kevin (Kevin Keegan) en Eric Le Roi (Eric Cantona), die niet alleen koning was maar ook God (Dieu). O Rey Pelé zelf, hadden we ook nog. Ook Rivaldo werd zo genoemd. Falcão, een andere Braziliaan, won in 1983 met AS Roma de ‘scudetto’ en verwierf zich de bijnaam Achtste Koning van Rome. Ook André Hoekstra en Andreas Möller waren koning, zij het van een lagere rang; respectievelijk De Koning van de Kluts en Der Schwalbenkönig (De Koning van de Fopduik).
Alles is mogelijk, niet is te gek. Réne Higuita was de vliegende keeper met de indrukwekkende bos zwarte krullen, die bekendheid verwierf met zijn opmerkelijke acties. El Loco (De Gek) was dan ook de veelzeggende bijnaam van deze Colombiaan. Niets was De Gek te gek. David Beckham trouwde met een ex-Spice Girl en heette plots Spice Boy. Bij de Pool Zbigniew Boniek viel het op een gegeven moment op dat hij vooral tijdens avondwedstrijden excelleerde, dat leverde hem het prachtige Bello di Notte (Schoonheid van de Nacht) op.
Mooi is ook een andere bijnaam van Daniel Passarella; De Strijder van Chacabuco, vanwege zijn niet-aflatende winnaarsmentaliteit. Gennaro Gattuso wordt om dezelfde reden Braveheart (Dapper Hart) genoemd. Met spelers als Johan “tikkie terug” Vogel heb ik niet zoveel; dat schiet niet op. Dreh- und Angelpunkt, daar heb ik meer mee. Gunther Netzer zal in de jaren zeventig van de vorige eeuw zo’n beetje de eerste speler zijn geweest die zo werd genoemd. Een andere Duitser, Hannes Bongartz, was in diezelfde jaren zeventig een ranke, maar pezige middenvelder van FC Schalke 04 en de Duitse nationale ploeg. Het leverde hem het grappige De Asperge-Tarzan op.
De onnavolgbare en kettingrokende Macedoniër Milko Djurovski kennen we als de Rookmagiër. Ooit een grote publiekslieveling in Het Oosterpark. Lui en geniaal. Mooie kop ook. Dronk veel en rookte veel, zo’n drie pakjes sigaretten per dag. Rookte ook tijdens de warming-up nog rustig even een peukje. Folkert ‘niet op zondag’ Velten voetbalde voor SC Heracles’74, maar vanwege zijn geloof dus nooit op zondag. Rookte ook trouwens, ook op zondag. Roy Makaay, vaak onzichtbaar maar toch doeltreffend, was tijdens zijn verblijf in München Das Phantom. En de blessuregevoelige Arjen Robben wordt in Engeland weleens als The Crystal Man bestempeld. De Tyfoon, dat was de razendsnelle rechtsbuiten Jairzinho, die ook deel uitmaakte van de Braziliaanse superploeg van 1970. Hij scoorde tijdens dat WK in elke wedstrijd.
Dan even een paar voordehandliggende tussendoor: Gianni Rivera, Franco Baresi en Paolo Maldini groeiden uit tot Mister Milan. Sjaak Swart is Mister Ajax, Bennie Wijnstekers Mister Feyenoord en Theo Bos Mister Vitesse. Dino Nazionale, dat was de Italiaanse doelman Dino Zoff. Mister HSC dat is wijlen erevoorzitter Jan Eijsink, al heeft die bijnaam eigenlijk niet zoveel met zijn voetbalkunsten te maken.
Hoe het met de huidige HSC’ers zit, dat weet ik eigenlijk niet precies. Caglar Uguz wordt wel Tjala genoemd, maar verder? Sven Weustink, heeft die de bijnaam Svenson? En heet Robert Wilens ook wel Robinho?
Bij Volendammers is dat wel duidelijk, die hebben allemaal een bijnaam, voetballer of geen voetballer. De Kouwes, De Kippen, de Knoesten en de Pier’s.
In Brazilië hebben juist alle voetballers dan weer een soort van voetbalnaam. Zoals Arthur Antunes Coimbra (Zico), Jair Ventura Filho (Jairzinho), Ronaldo de Assis Moreira (Ronaldinho) en Edvaldo Izidio Netto (Vava), één van de allerbeste Braziliaanse spitsen ooit.
Voor wie wil weten hoe je als Braziliaanse voetballer door het leven zou gaan, die zou eens naar www.minimalsworld.net moeten surfen. Ik nam daar al de proef op de som met een aantal namen, zo ook die van mezelf, dat wordt Petinho. Dan een paar HSC’ers van nu. Peter Waanders heet dan Peta, Boy Kamphuis is Bito en de Braziliaanse voetbalnaam van Daan Akkerman luidt Dainho. Gerald Sibon wordt dan overigens Sibito, en niet Geraldinho zoals hij nu wel wordt genoemd.
Erg lofdevol wordt een vergelijking wanneer er edelmetaal en juwelen bij worden gehaald. Het bekendst is allicht de omschrijving De Zwarte Parel voor Pelé. Eusébio werd De Parel van Mozambique genoemd, zijn landgenoot Paulo Futre was La Joya (Het Juweel). De Braziliaan Gérson was een eigenzinnige tacticus met een Gouden Linkervoet. Leonidas, De Zwarte Diamant (ook wel De Man van Rubber), geldt als de beste vooroorlogse Braziliaanse voetballers. Beroemd om zijn solo’s en de eerste voetballer die de omhaal als wapen gebruikte. Tijdens het WK van 1934 speelde hij overigens nog een tijdje op blote voeten.
In sommige gevallen worden de vergelijkingen echt hoogdravend: voetballers als Johan Cruijff en Marco van Basten werden in Zuid-Europa op handen gedragen en kregen haast goddelijke bijnamen als El Salvador (De Verlosser) en San Marco. Ook in diezelfde ‘bovenaardse’ sfeer zitten bijnamen als Il Fenomeno (Het Fenomeen, Ronaldo), Il Genio (Het Genie, Dejan Savićević), Monsieur Plus (meer dan één man, Michel Platini), Il Monumento (Het Monument, Dino Zoff), The Welsh Wizard (De Tovenaar uit Wales, Ryan Giggs) en The Wizard of the Dribble (De Tovenaar van de Dribbel, Stanley Matthews).
Der Kleine Engel, mag er ook zijn. Zo noemden de Duitsers Rafael van der Vaart. De Zwarte Meteoor, hoort misschien ook wel in deze categorie. De Zwarte Meteoor, dat was Steve Mokone die in 1957 een contract tekende bij SC Heracles. Hij was daarmee de eerste zwarte voetballer in Nederland. Tom Egbers schreef er al over, het boek De Zwarte Meteoor werd ook verfilmd. De Zwarte Parel, zo luidde ook een bijnaam van Steve Mokone. Net als Pelé dus.
Even terug nog naar de tovenaars nog, die hadden we ook in Nederland voetballen. Een mooie is De Tovenaar van Tatabánya voor de Cypriotische ex-Feyenoorder Jószef Kiprich. De Tovenaar van Ter Apel, dat was Harris Huizingh, die het grootste deel van zijn voetbalcarrière voor FC Groningen voetbalde. Kwam bovendien drie keer uit voor het Nederlands politie-elftal.
De grootste roem verwerf je misschien wel wanneer je zélf het ijkpunt vormt voor nieuwe bijnamen: Flonaldo (naar Ronaldo, Tore Andre Flo), De Witte Gullit (Carlos Valderrama), De Hongaarse Platini (Lajos Detari), Johan Segundo (De Tweede Johan, Johan Neeskens) en De Blonde Sócrates (Bosschenaar Arnold Scholten).
En dan de Maradona’s: die van de Balkan (Dragan Stojkovic), van de Karpaten (Gheorghe Hagi), van Ostrava (Milan Baros), van de Woestijn (Saeed Al-Owairan uit Saudi-Arabië) en van wat al niet meer.
Op dat vlak kan er niemand tippen aan Pelé. Hoeveel nieuwe Pelé’s zijn er wel niet? En hoeveel Witte Pelé’s lopen er niet op deze aardbol rond? Amarildo Tavares da Silveira bijvoorbeeld. Nadat Pelé tijdens het WK van 1962 met een blessure uit het toernooi was gestapt, nam Amarildo zijn plek moeiteloos over. Nog tijdens het toernooi werd hij daarom omgedoopt tot De Witte Pelé.
Pelé zelf is overigens ook een bijnaam, het betekent Zwartje. Je zou de mensen de kost moeten geven die denken dat hij werkelijk zo heet.
Peter Visser
April 2009
» Terug