Het gras is niet altijd groener...
Ik weet niet of u dat als voetballiefhebber ook hebt, maar ik kan het zelfs op vakantie niet laten. Op het moment dat ik in het buitenland rijd en ik zie ergens een paar doelpalen dan gaat automatisch mijn blik die kant op. Ik kom net terug uit Toscane, Italie . Zo’n kerkje en oud marktplein; allemaal leuk en aardig, maar op het moment dat ik een lichtmast en wat krijtstrepen zie, dan heeft dat een niet tegen te houden aantrekkingskracht. Ik moet even kijken. "Wat voor een club zal het zijn? wat voor een grasmat ligt er? grappige doelen...", zijn zo maar wat dingen die door mijn hoofd schieten. Bij terugkomst zit er tussen die onvermijdelijke foto van een kathedraal, dat leuke cafeetje en het ontbijt met de hele familie altijd een fotootje bij van een of ander veldje met een prachtige achtergrond.
Iemand die buitenlandse voetbalvelden fantastisch in kaart heeft gebracht is Hans van der Meer. Deze man reisde dwars door Europa om Europese voetbalvelden te fotograferen. Iets wat hij al eerder deed in Nederland. Deze fotoboeken zijn geweldig kijkvoer.
Wat mij opvalt en wat ook uit het boek van Hans van der Meer is op te maken, is dat de voetbalvelden in het buitenland er veel belabberder bij liggen dan die in Nederland. Waar ieder gehucht in Nederland tenminste één voetbalclub heeft met een paar grasvelden, is dat in het buitenland heel anders. Met name in heuvelachtige gebieden zijn ze al blij dat ze ruimte hebben voor één voetbalveld met als het een beetje meezit de juiste afmetingen en niet al teveel hoogteverschil tussen beide doelen.
Ik heb een aantal toernooitjes mogen spelen in het buitenland en toen ik de eerste keer in Italië in Verona wat keien van het veld afgooide dacht ik nog dat dat toeval was. Het was echter niets vergeleken met de zandvlakten rondom Bologna die als beton aanvoelden. In Portugal liep ik te voetballen op velden die toch echt een stuk kleiner waren dan de minimale afmetingen. Tja, ruimtegebrek, wat doe je eraan, was het antwoord toen ik er naar vroeg. In Duitsland voetballen ze in Nordrhein-Westfalen bijna allemaal op gravel. Ja, inderdaad de ondergrond waar Boris Becker op groot geworden is. Ik moest ooit eens een vriendschappelijk oefenpotje spelen op een gravelveld, waarbij ik eerst dacht dat mijn ploeggenoten me voor de gek hielden (zie onderstaande foto).

Midden in een industriegebied, op zondagochtend 10 uur en onophoudelijk regen. Na drie minuten kreeg ik een ‘’vriendschappelijk’’ tik waardoor ik kwam te vallen en vijf dagen gravel uit mijn knie heb lopen schrapen. Ik heb nog nooit zo’n heimwee gehad naar het Scholtenhagen kan ik u vertellen. Als je aan een buitenlander vertelt dat onze club vijf grasvelden heeft en één kunstgrasveld, dan zal hij u hoogstwaarschijnlijk glazig en vol ongeloof aankijken.
Frans Beckerbauer schijnt het eens mooi verwoord te hebben. ‘’Der Kaiser’’ zei dat hij eindelijk begreep waarom Nederland altijd weer een sterk elftal had, toen hij vanuit een helikopter zag dat het land hoofdzakelijk uit voetbalvelden bestond. Komend seizoen dus alleen maar lovende woorden over de Nederlandse velden. Het gras is niet altijd groener bij de buren.
Frank Elsweier
Juli 2011
» Terug