Cijfers die er niet toe doen... of toch?

Phillip Cocu stond er boven en hechtte er totaal geen waarde aan. Lothar Matthäus las ze als hij zondagochtend vroeg uit de disco kwam. "Volledig subjectief" en "alleen voor de fun", wordt er vaak geroepen door zowel de betroffen profs als amateurspelers. De wekelijkse beoordelingen in de kranten en voetbalbladen waarbij de individuele spelers beoordeeld worden op hun prestaties. Van die cijfertjes die, als je de spelers zelf vraagt, bijna niemand belangrijk vindt. Cijfers die er niet toe doen - of toch?
"Het is veel belangrijker dat de trainer en mijn medespelers me weten te waarderen", riep Phillip Cocu een paar jaar geleden in een interview in het voetbalblad Voetbal International (VI) na een vraag waarom hij altijd een 6 kreeg van de Spaanse pers. Zou het hem echt niets hebben uitgemaakt? Luis Figo kon zelfs in wedstrijden waar hij vergeten was de dozen van z'n schoenen te halen steevast rekenen op een 7. Heel anders dacht Lothar Matthäus er over. Hij zei in een interview dat hij zondagochtend vanuit de disco er speciaal voor naar het station reed omdat daar de krant als eerste te verkrijgen was.
Ik weet niet hoe het bij u gaat, maar de beoordelingen zijn één van de eerste stukjes in de krant die ik even bekijk. Toch benieuwd hoe de spelers het individueel hebben gedaan. Indien een speler een 5 heeft gekregen dan zal het wel niet zo best zijn geweest, denk ik dan, ook al is het gegeven cijfer waarschijnlijk zo subjectief als maar zijn kan.
De vraag of het betreffende cijfer gerechtigd is, is zo oud als het cijfer geven zelf. In het profvoetbal weten we tegenwoordig alles. Fabregas die 85 balcontacten heeft in een wedstrijd waarvan 83% goed en Kuijt die meer dan 10,95 kilometer in een wedstrijd aflegt. Objectieve cijfers die iets zeggen over een speler. Voor het totaalplaatje is de speler nog steeds overgeleverd aan de rapporteur. En natuurlijk kijkt iedere rapporteur weer anders naar een wedstrijd. Peter Visser, rapporteur bij TwenteSport geeft aan dat het bijvoorbeeld sterk afhankelijk is welke verwachting je als rapporteur hebt van een speler. Bij bijvoorbeeld jonge spelers valt een goede wedstrijd meer op dan bij een vedette die wekelijks goed speelt.
Een rapporteur van de VI zei dat hij in een wedstrijd wat kruisjes en minnetjes achter de betreffende speler zet en zo probeert een zo objectief mogelijk oordeel te geven. Maar, gaf hij toe, er komt bij menig rapporteur ook aardig wat vriendjespolitiek bij kijken. Hoewel de meeste spelers het niet zullen toegeven zijn ze er juist ontzettend mee bezig. De rapporteur van VI vertelde me dat sommige spelers direct na de wedstrijd al komen vragen welk cijfer ze hebben gekregen. Vooral jonge spelers vinden de cijfers belangrijk. Ze zien de cijfers als bevestiging, een punt waar ze zich aan kunnen oriënteren. Dat de cijfers weldegelijk status hebben blijkt volgens hem ook uit het feit dat menig club de spelersklassementen erbij pakken bij hun zoektocht naar nieuwe spelers. Een voetballer komt duidelijk meer in beeld bij wekelijks goede beoordelingen.
Beoordelingen in het buitenland gaan er nog weer anders aan toe. Daar is een cijfer veel meer gebaseerd op de "meerwaarde" voor een team. In Nederland wordt verwacht dat een spits zich aanbiedt, kaatst, inzakt, opjaagt en goals maakt. In bijvoorbeeld Italië, Spanje, maar ook Duitsland krijgt een spits rustig een 8 bij vijf balcontacten de gehele wedstrijd, als één van de vijf balcontacten maar een doelpunt is. Scoren en assists worden als zeer belangrijk beschouwd. Dit bevestigde ook Marcel Jansen, momenteel linksback onder trainer Martin Jol bij HSV. Hij haalde in een interview uit naar een rapporteur omdat hij bijna altijd een 6 kreeg. "Als ik een voorzet geef en de spits heeft toevallig een goede dag en kopt de bal binnen dan krijg ik een 7. In een wedstrijd waarin ik meerdere malen een goede voorzet gaf, waarbij de spits alles verprutste kreeg ik weer een 6 omdat ik geen assist had gegeven", aldus een licht geïriteerde Jansen.
Ach, ook Marcel Jansen kan zich troosten met het feit dat de cijfers er eigenlijk helemaal niet toe doen - of toch?
Frank Elsweier
Oktober 2008
» Terug