Pieter Jan

Bij alle aandacht voor het uitzwaaien van de laatste iconen van de gouden generatie kwam hij er een beetje bekaaid vanaf. Een beetje ongemakkelijk heen-en-weer wippend in de middencirkel en met een blik in de ogen van "ga nou maar voetballen" nam hij een bosje bloemen en de vriendelijke, maar obligate woorden van het bestuur in ontvangst. Ik had hem meer gegund. Op zijn minst een afscheid met voetbalschoenen aan en een bezweet voetbalshirt.
Het begin was moeilijk geweest. Als broekie kwam hij aanwaaien vanuit Haaksbergen-Noord en dan heb je eerst de nodige scepsis te overwinnen. In zijn eerste seizoen kwam hij nauwelijks aan de bak en werd er af en toe al meesmuilend over hem gesproken. Maar ineens is daar zijn doorbraak, even onverwacht als verrassend. In een kolkende arena in Spakenburg, waar van de hitte de IJsselmeervogels van het dak vallen, moet Pietertje Jan ineens aan de bak. De reservebank is door schorsingen en blessures geheel leeggestroomd, op Pieter Jan na, als Roy van Lier strompelend naar de kant komt.
"En dan komt Dirk Jan Roetenberg in het veld", hakkelt commentator Bert van Losser van TV Oost, onderwijl wat nerveus door zijn papieren bladerend in de hoop te achterhalen wie nou die eigenaardige jongeman is. De groenwitte aanhang kreunt en steunt. Moet dat kleine blonde kuikentje de beukende en geslepen aanvallers van de Rooien tegenhouden? Dat gaat nooit goed.
Het ging wel goed. Als bij toverslag ontpopte Pieter Jan zich als man. Alles poetste hij weg, door de lucht en over de grond, de rammelende en met plakband bijeengehouden HSC-defensie begon weer wat op een fort te lijken. De rest is bekend. Een andere antiheld bezorgde HSC'21 de amateurtitel en Pieter Jan was op slag geaccepteerd in groenwit Haaksbergen.
In de jaren daarna is hij niet meer weg te denken uit het basiselftal. Al stofzuigerend en kruimeldievend maakt hij zijn kilometers op het veld. Zijn aanwezigheid vormt het cement in het elftal, die de artiesten de kans geeft te excelleren. Ook buiten het veld maakt hij zich geliefd. Immer aanwezig, immer vrolijk en nooit te beroerd om als vrijwilliger de handen uit de mouwen te steken.
Slechts één keer kwam ik een knorrige Pieter Jan tegen op het Scholtenhagen, maar ook dat pleitte weer voor zijn karakter. Een gele kaart in de heenwedstrijd tegen Quick Boys zorgde ervoor dat hij in de belangrijkste wedstrijd van het jaar niet mee mocht doen. Hij baalde niet allen, hij was er stuk van. Vijf dagen na de beruchte wedstrijd kwam ik hem tegen en vroeg hoe het ging. Wat onverstaanbaar gemompel en gebrom was mijn deel. Hier liep een speler te lijden. Misschien voelde hij al aan dat zijn laatste kans op eeuwige roem tussen zijn vingers was geglipt.
Een wereldreis en veranderende privé-omstandigheden maakten dat hij nooit meer echt terugkeerde in de hoofdmacht. Hij gaat het daarom nu proberen bij ATC'65 in Hengelo. Die zijn helaas gedegradeerd naar de tweede klasse, maar ik blijf hopen dat Pieter Jan ooit nog eens voetballend - al is het in het verkeerd shirt - terugkeert op het Scholtenhagen. Het is hem van harte gegund.
Rene Waning
Juni 2006
» Terug