Het ultimatum van Leeuwarden

Het is oktober: de blaadjes waaien van de bomen en de eerste trainers komen weer op straat te staan. Heerlijk, die wetenschap. Het geeft een beetje houvast in een wereld waarin niets meer is wat het lijkt.
Het sprookjesboek dat voorbereiding heet met zijn zonnige vooruitzichten en utopische wensen lijkt alweer een eeuwigheid geleden. De ranglijst bepaalt weer de waan van de dag. Dan blijkt het toch weer niet te kunnen: negen kampioenskandidaten, zestien clubs die voor Europa of periodekampioenschappen gaan en de rest die minimaal gokt op het linkerrijtje.
Helaas: het verfoeide rechterrijtje is toch weer realiteit voor exact vijftig procent van de clubs en warempel staan er toch ook weer heel wat clubs onder vele fatale degradatiestrepen. Terwijl toch geen enkele club met die mogelijkheid rekening had gehouden.
Gemakshalve vergeten we dan nog even alle fata morgana's van dominant, aantrekkelijk, verzorgd en aanvallend voetbal, met weergaloze acties, snelheid, switchende spitsen, polyvalente slingerbacks, combinaties die als een mes door de lauwe halvarine glijden en andere droomwerelden die ons voor aanvang van het seizoen waren beloofd. In de praktijk wemelt het toch weer van de wedstrijden die voorbij gaan zonder dat er een fatsoenlijke aanval uit de voeten van de spelers is voortgekomen, waarbij misverstanden en ongelukkige passes de norm zijn en waarbij ploegen toch maar weer de reflex vertonen om met tien man in de goal te hangen. Een nulnulletje is toch ook mooi, nietwaar?
Tja, en als dan het gedroomde scenario na een paar weken alweer aan diggelen ligt gaan er natuurlijk koppen rollen. Oktober is bijltjesmaand voor de eerste trainers. Bij Babberich kun je al geen weddenschappen meer afsluiten op de vraag óf Wilco Klop eruit vliegt, maar alleen nog op de vraag wanneer. (De kans is groot dat als u dit leest de winnaar al is uitbetaald.) En bij Cambuur Leeuwarden maken ze het helemaal bont. Het bestuur had iets nieuws bedacht: een ultimatum. Minimaal vier punten in de komende twee wedstrijden, anders kan "een vroegtijdige beëindiging van de werkzaamheden van de heer Wesseling, tot onze spijt, niet langer uitgesloten worden geacht". Deze mededeling werd overgebracht via een bericht op de website. Kijk, dat is nog eens open communicatie.
Ik had graag de reactie van trainer Roy Wesseling willen zien. Hij moet van pure wanhoop zijn ogen door de kleedkamer hebben laten gaan, ondertussen denkend: "Hoe moet ik hiermee in godsnaam een wedstrijd winnen?" Maar zie, het lukte hem ook nog. Als was dat vooral te danken aan het feit dat toevallig het al even armoedige Fortuna Sittard langskwam. Maar volgens een jubelend persbericht van het bestuur van Cambuur is Wesseling ineens toch wel een goede trainer. De komende twee weken althans.
Ondertussen kunnen we alvast op zoek gaan naar signalen die de voorbode zijn voor de vallende trainers in november. Wordt ergens zeer nadrukkelijk het vertrouwen uitgesproken in een trainer? Begint het publiek te morren? Worden er ergens opvallend veel werkloze trainers op de tribune waargenomen? Het is een garantie voor nieuwe ultimatums in november. Want die houden we er natuurlijk in. In Leeuwarden werkte het immers ook.
Rene Waning
Oktober 2006
» Terug